Loslaten, maar niet laten vallen
De ene helft van je omgeving zegt dat je hem meer moet laten doen. De andere helft zegt dat je duidelijker moet zijn. En jij staat om zeven uur ’s ochtends met zijn broodtrommel in je hand.
Je weet precies wat er gebeurt als je het niet overneemt. Hij mist de bus, de dag begint verkeerd, en om vier uur ligt de hele week overhoop.
Dus doe je het. En ’s avonds op de bank denk je: hij is bijna zeventien, hoe lang blijf ik dit doen? Dit stuk gaat over die vraag, en over het verschil tussen loslaten en laten vallen.
De ochtend die jij draagt
Wekker een. Wekker twee. Jij op de trap. Boterhammen al gesmeerd, tas al gecontroleerd, jas al klaargelegd, want anders wordt het niets.
Iedereen om je heen heeft er een mening over. Je moeder vindt dat je hem verwent. Op school hoor je dat hij meer verantwoordelijkheid moet nemen. En jij denkt: prima, maar wie vangt het op als het misgaat? Juist. Ik.
Dat is het oneerlijke aan dit onderwerp. Iedereen mag vinden dat je moet loslaten, maar jij bent degene die om half vier de scherven opveegt.
Herkenbaar?
Op vakantie stond hij ineens om half acht zelf op, want hij wilde mee de zee in. Dezelfde jongen, andere reden. Zelfstandigheid gaat vaker over de reden dan over de vaardigheid.
Zelfstandigheid is geen schakelaar
We praten over loslaten alsof het een moment is. Alsof je op een dag stopt met helpen en dan blijkt of hij het kan. Zo werkt het bij niets: niet bij fietsen, niet bij zwemmen, niet bij koken, niet bij autorijden.
Wat wel werkt, is steun in stapjes afbouwen. Vier stappen, en je mag er zo lang over doen als nodig is. Bij de een duurt een stap twee weken, bij de ander twee jaar. Dat zegt niets over de eindbestemming.
| 1. Ik doe het | jij kijkt mee |
| 2. We doen het samen | ik doe het zware stuk |
| 3. Jij doet het | ik zit ernaast |
| 4. Jij doet het | ik ben bereikbaar |
De meeste conflicten thuis komen doordat er van stap één naar stap vier wordt gesprongen, meestal uit frustratie, meestal midden in een ruzie. Dat is geen loslaten, dat is loslaten met een klap. En het levert bijna altijd een terugval op, waarna iedereen concludeert dat hij het toch niet kan.
“Zelfstandigheid betekent niet dat je iemand ineens moet loslaten.” — APZW
Even anders kijken
Er is één ding dat zelfstandigheid sneller laat groeien dan welke uitleg ook: mogen mislukken op een moment dat het weinig kost. De vergeten gymtas op dinsdag is een prima leermoment. De vergeten stagemap op de eerste dag is dat niet.
Kies dus bewust waar je het risico neemt. Niet alles tegelijk, en niet in de week waarin het toch al wankelt. Een goede vuistregel: neem het risico als de gevolgen binnen één dag zijn opgelost.
En bedenk: zelfstandig zijn betekent niet alles alleen doen. Vrijwel geen volwassene doet alles alleen. Wij hebben partners die de belasting doen, collega’s die iets uitleggen, een zwager die verstand heeft van auto’s. Zelfstandigheid is weten wat je moet regelen en weten wie je erbij haalt.
Wat wij hierin zien in de praktijk
Wij werken bij zelfstandigheid het liefst met één taak per periode. Eén. De wekker, of de was, of het regelen van een afspraak. Niet omdat we weinig verwachten, maar omdat drie taken tegelijk garantie is op ruzie.
Daarna maken we samen met de jongere zichtbaar waar we staan: welke stap uit het schema hierboven zijn we nu? Jongeren vinden dat vaak prettig, omdat het niet gaat over of ze het kunnen, maar over waar we zijn in de opbouw.
En we spreken vooraf af wat er mag misgaan. Als je de bus mist, ga je met de fiets. Ik kom je niet halen. Vooraf afgesproken voelt totaal anders dan achteraf gestraft — voor de jongere én voor de ouder die zich anders schuldig voelt.
Wist je dat?
Het deel van het brein dat overziet, plant en gevolgen inschat, is pas ergens midden twintig volgroeid. Wie op zijn zeventiende nog hulp nodig heeft bij plannen, loopt dus niet achter. Die is gewoon zeventien.
Wat kun je hiermee ?
Kies één taak per periode en zet de stappen op papier, samen met hem. Wie doet wat, en wat is de volgende stap? Dan is loslaten geen verwijt maar een plan.
Blijf zichtbaar bereikbaar. “Ik doe het niet meer voor je, en ik ben er wel.” Die twee zinnen horen bij elkaar; los van elkaar zijn ze allebei onaf.
En let op je eigen tempo. Veel ouders houden taken vast omdat het sneller gaat — en dat is ook zo. Maar snelheid is geen doel. De vraag is niet hoe de ochtend het vlotst verloopt, maar wat hij over drie jaar zelf moet kunnen.
Probeer dit eens
Maak samen een lijstje: wat doe jij nog, wat doet hij al, en wat staat er dit halfjaar op de rol.
Kies één taak die je overdraagt, en bepaal welke stap uit het schema aan de beurt is.
Zeg erbij hoe lang je het proberen volhoudt, ook als het twee keer misgaat. Een afgesproken periode voorkomt dat je bij de eerste tegenslag alles terugpakt.
Van Ayoub
Ik zie regelmatig ouders die zich schuldig voelen omdat ze te veel doen, en ouders die zich schuldig voelen omdat ze te weinig doen. Meestal zijn dat dezelfde ouders, op verschillende dagen van de week.
Wat mij helpt: niet vragen of je te veel helpt, maar vragen welke stap er nu aan de beurt is. Dan wordt het concreet. En dan kun je ook zien dat je vooruitgaat, ook als het eindstation nog ver weg is.
Ik zeg tegen jongeren altijd hetzelfde: ik laat je niet los, ik ga alleen een stukje verder van je af staan. Als je me nodig hebt, ben ik er binnen een minuut. Dat is precies wat zelfstandig worden veilig maakt.
Ayoub
Ayoub Adardor · eigenaar en begeleider bij APZW
Voor verwijzers en professionals
Doelen rond zelfredzaamheid zijn in plannen vaak te grof geformuleerd: jongere leert zelfstandig zijn administratie doen. Dat is geen doel, dat is een eindstation.
Bruikbaarder is het benoemen van het niveau van ondersteuning, met een concrete volgende stap: van samen doen naar zelf doen met controle achteraf. Zo wordt vooruitgang zichtbaar ook als het eindstation nog ver weg is, en voorkom je dat een terugval als mislukking wordt geregistreerd.
Voor ouders is dit bovendien het verschil tussen falen en fasen — en dat verschil bepaalt vaak of ze het volhouden.
Voor jongeren — even rechtstreeks
Zelf doen gaat met vallen. Vallen is geen bewijs dat je het niet kunt.
Je mag hulp vragen én zelfstandig zijn. Dat gaat prima samen.
Spreek af wat jij zelf doet en waarbij ze mogen helpen. Dan hoeft het er niet elke dag over te gaan.
Je bent niet de enige
Bijna elke ouder aan onze tafel zit met dezelfde tweestrijd. En bijna elke ouder heeft ergens iemand die vindt dat het anders moet. Het helpt om te horen hoe anderen die keuze maken, en waar zij hun grens leggen.
We bespreken dit thema ook op de ouderavond over onze ECHO-manier van kijken. Aanschuiven kan, ook als je (nog) geen begeleiding van ons krijgt.
Welke taak doe jij nog steeds, vooral omdat het sneller is?
Wat zou er echt gebeuren als het één keer misgaat?
En welke stap is bij jullie eigenlijk aan de beurt?
Je hoeft niet te reageren. Soms helpt het al om de vraag even te laten landen.
Loslaten doe je in stapjes. En de hand die je weghaalt, mag daarna gewoon in de buurt blijven. Team APZW
APZW · een plek waar je niks hoeft uit te leggen
Telefoon 06 17 31 73 53 · info@apzw.nl · www.apzw.nl · Instagram @adardorpuurzorgenwelzijn
