“En wat wil je later worden?” De vraag waar hij van dichtklapt
Voor sommige jongeren is de toekomst geen horizon maar een muur. Over het gat tussen school en werk, en wat daar wél werkt.
Op verjaardagen komt hij altijd langs, die vraag. Goedbedoeld, in twee seconden gesteld, en voor sommige jongeren onbeantwoordbaar.
Want wie moeite heeft met volgende week, kan onmogelijk iets zinnigs zeggen over volgend jaar. En wie al twee keer is uitgevallen, hoort in die vraag vooral: laat maar weer eens zien dat je het deze keer wél kunt.
Zeventien, en tussen alles in
School lukte niet. Een tweede school lukte ook niet. Nu is hij zeventien, zit hij thuis, en is de vraag wat hij gaat doen elke week iets luider geworden.
De opties die iedereen noemt, zijn er twee: terug naar school, of aan het werk. Precies de twee dingen waar hij op vastliep. Wat ertussenin zit, staat in geen enkele folder.
En intussen groeit er iets wat niemand meet: schaamte. Over de vragen op verjaardagen, over vrienden die wel doorgaan, over de eigen dagen die op elkaar lijken. Schaamte maakt jongeren stil, en stilte lijkt van buiten op desinteresse.
Herkenbaar?
Hij zegt dat hij geen idee heeft wat hij wil. Vraag je hem wat hij absoluut níet wil, dan heeft hij binnen tien seconden een lijstje. Dat lijstje is bruikbaarder dan het zoveelste beroepskeuzegesprek.
De verkeerde vraag levert lege antwoorden
Wij vragen naar een beroep. Dat is een enorme abstractie: een titel, een opleiding, een toekomstbeeld en een salaris, allemaal in één woord. Zelfs volwassenen met werk vinden die vraag lastig.
Veel makkelijker is de vraag naar omstandigheden. Binnen of buiten? Met je handen of met je hoofd? Alleen of met mensen om je heen? Ochtend of middag? Veel structuur of veel vrijheid? Herhaling of steeds iets nieuws?
Zes korte vragen, en je hebt een profiel. Geen beroep, wel een richting. En met een richting kun je gaan proberen — wat oneindig veel meer oplevert dan nog een gesprek.
| Wat wil je worden? | Waar word je rustig van? |
| Welke opleiding? | Hoe ziet een goede dag eruit? |
| Wat zijn je ambities? | Wat wil je zeker niet meer? |
| Waar zie je jezelf over vijf jaar? | Wat zou je twee ochtenden per week willen proberen? |
“Drie meeloopdagen leveren meer informatie op dan drie gesprekken over de toekomst.” — APZW
Even anders kijken
We doen alsof daginvulling iets is wat komt ná de keuze. Meestal is het andersom. Eerst een ritme, dan een richting. Wie drie ochtenden per week ergens verwacht wordt, ontdekt vanzelf wat wel en niet past.
En proberen is geen verspilde tijd, ook niet als het misgaat. Twee weken meelopen in een keuken en concluderen dat het niets is, is een volwaardig resultaat. Het is precies hoe de meeste volwassenen erachter kwamen wat ze wilden.
Wat een jongere daar bovendien leert, staat op geen diploma en telt overal: op tijd komen, iets afmaken, iemand aanspreken, doorwerken als het tegenzit, om hulp vragen als je vastloopt. Werkgevers noemen dat de belangrijkste dingen.
Wat wij hierin zien in de praktijk
Wij beginnen met twee dagdelen. Vaste tijd, vaste plek, iemand die hem verwacht. Dat laatste woord is belangrijk: uitgenodigd worden is vrijblijvend, verwacht worden is iets anders.
Het werk is bij ons echt werk. Een klus die af moet, een maaltijd die op tijd op tafel staat, een tuin die winterklaar moet. Jongeren voelen haarfijn het verschil tussen nuttig zijn en beziggehouden worden — het eerste geeft trots, het tweede geeft weerzin.
Via de Ayoubschool en Kookkrachtig bouwen we dat op: van twee dagdelen naar een halve week, van meelopen naar zelf de leiding nemen over een onderdeel. En ergens onderweg begint de jongere zelf over de toekomst. Dan pas is dat gesprek de moeite waard.
Wist je dat?
In de praktijk zien we dat een vaste starttijd vaak meer doet dan een goed doordacht toekomstplan. Wie weer een reden heeft om op te staan, gaat vanzelf nadenken over de vraag waarvoor.
Wat kun je hiermee ?
Begin belachelijk klein. Twee dagdelen per week, met een duidelijke starttijd. Uitbreiden kan altijd; terugschalen voelt als falen.
Zoek een echte klus, geen oefening. Een oom met een bedrijf, de bakker om de hoek, de manege, de garage. Veel eerste kansen komen niet van een instantie maar uit je eigen omgeving.
Tel mee wat hij buiten school leert, en zeg dat ook hardop. Jongeren die alleen horen wat er níet af is, gaan geloven dat er niets af is.
En haal de toekomst uit het gesprek. Praat over deze week, over dit uitproberen. Volgend jaar bestaat nog niet.
Probeer dit eens
Stel de zes omstandighedenvragen (binnen/buiten, handen/hoofd, alleen/samen, ochtend/middag, structuur/vrijheid, herhaling/nieuw) en schrijf de antwoorden op.
Vraag in je eigen netwerk om één meeloopdag. Niet om een baan — om een dag.
Spreek af dat hij mag stoppen. Dat maakt beginnen makkelijker, en stoppen gebeurt daarna veel minder vaak.
En als hij echt niets wil proberen?
Dan is de stap waarschijnlijk nog te groot, of het gaat niet over willen maar over durven. Achter “ik heb geen zin” zit bij deze groep vaak: straks blijkt weer dat ik het niet kan, waar iedereen bij is.
Wat dan helpt, is de lat expres laag leggen én dat hardop zeggen. Je hoeft er niet goed in te zijn. Je hoeft niet te blijven. Je gaat één keer kijken, en daarna beslis je zelf. Een jongere die weet dat hij mag stoppen, begint veel makkelijker — en stopt daarna veel minder vaak.
Ook praktisch: laat de eerste keer niet alleen gaan. Meerijden, mee naar binnen lopen, iemand die hem opwacht. De drempel bij dit soort eerste dagen zit zelden in het werk. Die zit in de deur, de onbekende gezichten en de vraag waar je je jas moet laten.
En geef het tijd. De eerste weken zeggen weinig. Wij rekenen bij nieuwe jongeren op vier tot zes keer voordat er iets verandert in houding of tempo. Wie na twee keer concludeert dat het niets wordt, stopt precies voordat het begint te werken.
Voor jongeren — één ding
Je hoeft nog niet te weten wat je wilt worden. Er lopen genoeg volwassenen rond die dat op jouw leeftijd ook niet wisten, en sommigen weten het nog steeds niet. Waar het nu om gaat: begin ergens. Twee ochtenden, iets waar je niet meteen goed in hoeft te zijn. Van doen kom je erachter wat bij je past. Van nadenken zelden. En als het niks is, weet je dat ook — dat is winst, geen mislukking.
Van Ayoub
Ik heb zelf in de horeca gewerkt en ik weet hoe snel je iemand kunt zien groeien als hij een echte taak krijgt. Niet een oefentaak — een taak waar mensen op wachten.
Er kwam een jongen bij ons die al meer dan een jaar thuiszat. Eerste weken kwam hij te laat. Ik heb er niets van gezegd, want te laat komen is iets anders dan niet komen. Na een paar maanden vroeg hij zelf om een derde ochtend. Dat was het moment.
Als ik één ding zou mogen veranderen aan hoe we naar deze groep kijken, is het dit: stop met wachten tot ze weten wat ze willen. Geef ze een plek waar ze verwacht worden, en de rest komt daarna.
Ayoub
Ayoub Adardor · eigenaar en begeleider bij APZW
Voor verwijzers, scholen en gemeenten
Voor jongeren tussen 16 en 23 die uitvallen, is het gat tussen onderwijs en werk het kwetsbaarste stuk. Formeel zijn er routes via leerplicht, RMC, participatie en arbeidsmatige dagbesteding; in de praktijk zijn juist de tussenvormen schaars: plekken met een echte opdracht, weinig prikkels en veel begeleiding.
Wij bouwen die tussenvormen zelf, onder andere via de Ayoubschool en het project Kookkrachtig, waarin jongeren met echte opdrachten werken in plaats van met oefensituaties. Opbouw gebeurt in dagdelen, met een expliciete route van meelopen naar zelfstandig uitvoeren.
Voor de doorstroom helpt het als betrokken partijen niet wachten op een keuze, maar meedenken over ritme, opbouw en een plek waar iemand verwacht wordt. Meedenken over een casus kan vrijblijvend, ook voordat er een indicatie ligt.
Voor jongeren — even rechtstreeks
Je hoeft nog niet te weten wat je wilt worden. Je mag beginnen bij wat je nu leuk vindt om te dóén.
Eén dag meelopen zegt meer dan tien folders.
Een keuze is geen contract voor de rest van je leven.
Je bent niet de enige
We zoeken ondernemers, verenigingen en buurtinitiatieven in Midden- en Zuid-Limburg die een jongere een paar dagdelen willen laten meelopen. Wij zorgen voor de begeleiding en zijn bereikbaar als het spaak loopt.
En voor ouders: je hoeft niet te wachten tot je kind een plan heeft. Bel gerust en dan denken we mee over een eerste, kleine stap.
Wat zou jouw kind kiezen als een diploma even niet meetelde?
Waar is hij ooit vanzelf vroeg voor opgestaan?
En wist jij op je zeventiende wat je wilde worden?
Je hoeft niet te reageren. Soms helpt het al om de vraag even te laten landen.
Niet iedere jongere heeft een plan nodig. Sommigen hebben eerst een plek nodig. Team APZW
APZW · een plek waar je niks hoeft uit te leggen
Telefoon 06 17 31 73 53 · info@apzw.nl · www.apzw.nl · Instagram @adardorpuurzorgenwelzijn
